De bekende reddingbootschipper Klaas Toxopeus - motorreddingboot 'Insulinde'- begon zijn reddersloopbaan op het eiland Rottumeroog. Het eiland werd indertijd bewoond door twee gezinnen. Voogd Hendrik Toxopeus woonde met zijn gezin in het grote voogdhuis en schipper Jan Kuiper van de reddingboot 'Hilda' bewoonde met zijn vrouw het onderkomen van de reddingmaatschappij, 'Villa Engelina'. Voor het werk in de duinen en in de voogdshuishouding behoorden verder enige jonge mannen en één of twee meisjes tot de eilandbewoners. Klaas Toxopeus was stuurman op de 'Hilda' en was in het voogdhuis in de kost.
In deze kleine leefgemeenschap voelde Klaas zich zeer op zijn plaats. Alle dagen te midden van de vrije natuur, oefentochten met de reddingboot, soms wat reisjes met de zeilboot naar Noordpolderzijl, assistentie aan de voogd, jutten op het strand, vissen op het wad en van tijd tot tijd een actie met de 'Hilda'. Toxopeus schreef er boeiend over in zijn boeken.
|  |
Klaas Toxopeus groeide op in Delfzijl. Zijn vader was tjalkschipper en vertelde eens hoe hij, met zijn tjalk liggend op het drooggevallen wad, opeens een stem in de ondoordringende mist had gehoord. Vader Toxopeus was gaan roepen en zag op een gegeven moment twee personen opdoemen, die in de mist verdwaald waren. De vloed zette al door en zonder de aanwezigheid van de tjalk zouden ze zeker verdronken zijn. Hij eindigde zijn verhaal met de opmerking dat het onverantwoord was zonder een zakkompasje het wad op te gaan.
De jeugdige Klaas had het verhaal in zijn oren geknoopt en toen hij op een dag in een etalage een zakkompasje zag liggen, werden zijn gedachten alleen nog door dit kleinood beheerst: dat zakkompasje was voor Klaas. Toen hij geld genoeg gespaard had, ging hij naar het winkeltje en het zakkompasje wisselde van eigenaar.
In zijn Rottumer periode had Klaas het kompasje altijd in de zak en niet voor niets. Hij was eens samen met een medewerker van de voogd op het wad, toen ze door een potdichte mist verrast werden. Klaas haalde het kompasje uit de zak en gaf de richting aan. Zijn metgezel was het echter niet met de aangegeven richting eens. Na een heftig dispuut werd uiteindelijk toch voor de koers van het kompas gekozen. Beiden bereikten na enige tijd het veilige strand van Rottum. Het kompasje had de beide jongemannen gered. En op het strand gaf Klaas zijn metgezel dezelfde wijze les die zijn vader hem ooit voorgehouden had: ga nooit zonder een kompas het wad op.
De man die op 10 december 2004 het wad opging om pieren te steken, kende deze wijze les ongetwijfeld niet, want om 16.55 uur werd de schipper van station Eemshaven geïnformeerd over een persoon op het wad. De man was het wad opgegaan, maar kon door mist en invallende duisternis de dijk niet terugvinden. Hij liep al een uur te dwalen en had per GSM de alarmcentrale gebeld. Het was vloed. Omdat de wind zuid was, werd de man geïnstrueerd om tegen de wind in te gaan lopen. Zo moest hij ergens op de dijk stuiten.
De reddingboot ging los, terwijl een auto de dijk zou volgen. Direct daarop werd echter gemeld dat de man zelf de dijk gevonden had en dat alles wel was. De 'Jan en Titia Visser' maakte weer vast en meldde zich af.
De oude, wijze les blijkt nog altijd actueel: ga nooit zonder een zakkompasje het wad op. Bron: http://www.knrm.nl/
|